dinsdag 16 maart 2010

Welcome to Jimma...

Ondanks de ranzigheid van het hotel, heb ik goed geslapen die nacht. Ik ben als eerste wakker geworden rond 07.00u. De straten waren al heel levendig vroeg in de morgen. Van de bugs heb ik gelukkig geen last gehad. We zijn samen opgestaan en gaan ontbijten. Ons was beloofd door de bazin dat eten bij de prijs was inbegrepen en daar gingen we ook van uit. We moesten op een kaart een menu kiezen en dar stonden toch prijzen bij, die we ook moesten betalen, zo bleek achteraf... We voelden ons dus ook in de zak gezet.

We zijn na het eten wat gaan wandelen in de stad, eigenlijk niet heel ver want na 200m zagen we voor het eerst 2 blanke mannen staan van in de 50. Martijn sprak ze aan in de hoop dat zij ons een beter hotel konden aanraden. Het bleken twee Italianen die hier zijn "for business". Ze waren echt super vriendelijk en lieten ons direct hun kamer zien. Vergeleken met het hotel waar we van kwamen was dit letterlijk "HEAVEN". Voor $85,- konden we daar een twee persoonskamer krijgen. Martijn ging op de grond slapen. Als het zover was, hebben we toch maar de bedden tegen elkaar geschoven en zijn we er dwars over gaan liggen, wat zeer oncomfortabel was. Daarbij lag ik naar Martijn, die 's nachts evenveel lawaai maakt als een kettingzaag op volle toeren. Ik heb die nacht dus niet goed geslapen. Voor we zijn gaan slapen hebben we nog handig gebruik gemaakt van de sauna en stoomcabine van het hotel. Een laatste keer luxe voor we voor de leeuwen werden gegooid!!
De volgende morgen zijn we samen lekker gaan ontbijten en hebben we afscheid genomen. Daarna ben ik met ben richting de luchthaven gereden. We vlogen met een Fokker 50. Een klein lawaaierig propeller vliegtuig. Mijn handbagage, een trolly, ging zelfs niet in het daarvoor bestemde opbergvak boven de stoel. Eerst zei de stewardes dat ik mijn bagage opnieuw moest aangeven, maar ik zei haar dat het niet mogelijk is. Ze heeft mijn bagage maar snel bij de tas van de piloot gezet, ergens dicht bij de cockpit.

Toen we aankwamen en uit het vliegtuig stapten viel er een ongelofelijke hitte op ons. We moesten in een soort bushokje wachten op onze bagage. In de open lucht. Het vliegveld werd gescheiden van de rest van de wereld door een omheining vol gaten. Er zaten zelfs mensen op de grond in de schaduw vlak naast de landingsbaan. Ook hier stonden weer mensen in legeruniform.

We wisten niet goed waar we heen moesten. Daar stonden we dan. Er stond één witte toyota pick-up en een "Bajaj". (lees badchjadch) Een bajaj is een brommerke met drie wielen en een tweezit achteraan met daarover een lapje stof. In de witte toyota stapten de enige blanken die in ons vliegtuig zaten dus vroegen we waarheen zij gingen. Ze gingen naar de universiteit, dus besloten we met hen mee te rijden. Wat ik toen allemaal zag was letterlijk net een reportage die je wel eens op televisie ziet. Ik had niet verwacht dat het hier zo ging zijn. Aan de kant van de weg staan allemaal golfplatenwoningen. Ergens zag ik een coca-cola hutje. De weg is verzadigd met koeien, ezels, mensen, honden, kippen, auto's, kruiwagens, paarden, gieren, ... Alles loopt door elkaar. Langs de weg hebben de mensen een gracht gegraven waar een vettig goedje doorstroomt. Ik had verwacht dat het er zou stinken maar dat is toch niet, tenzij je misschien je hoofd in de gracht zou steken. Alle mensen hier loeren wel constant. Veel blanken(Farangi's) komen hier niet. Farangi komt van foreigner en betekend letterlijk vreemdeling. Ze gebruiken het enkel voor blanken want zwarten uit andere landen zijn geen farangi's.

Ons vervoer stopte voor de residentie van de blanke dokters. Het was omheind door metalen golfplaten. Een van de golfplaten kon je dan opzij zetten en dat was de doorgang. Naarst de doorgang zat een man van rond de 120 jaar oud, althans zo zag hij eruit. Werkelijk is hij misschien maar 40 ofzo. Hij was de guardian van hun residentie. Af en toe gooien ze er wat brood naar en dan blijft die mens content, zeiden ze. Omdat we niet precies wisten waar we moesten zijn gingen we maar mee binnen. Ze hadden immers internet en dat was de enige manier om iemand van de campus te bereiken want een telefoonnummer had ik niet direct bij de hand. Gelukkig vond ik in een van mijn mails toch een nummer van onze begeleider Girum. Ik heb hem direct gebeld. Hij zei dat hij voor ons een kamer had gereserveerd in het central hotel. We wisten dus eindelijk waar we moesten zijn.

De farangi-dokters vertelden ons dat het central hotel het tweede beste hotel in de stad was en het enige hotel was met een zwembad. Hoopgevende woorden. We moesten een klein stukje lopen met al onze koffers tot aan de hoofdweg. Daar konden we een taxi nemen. De taxi's zijn, zoals ze bij ons zeggen, marrokanenbuskes met een bestuurden en een "wéjala" oftwel een money collector. Hij ontvangt het geld en tegen hem moet je zeggen wanneer je eruit wil. De taxi kost altijd 1.5 Birr, zo'n 8 eurocent. Ze rijden de ganse dag de hoofdstraat op en af. Voor de zijstraten moet je een Bajaj nemen. Die kosten telkens 1 Birr, een vijf cent.

Eenmaal aan het hotel aangekomen hebben we ingechecked en gingen we op Girum wachten in de bar. Hij ging dadelijk daar zijn zei hij toen ik hem nogmaals belde. 1 uur later was hij nog steeds niet daar en de farangi-dokters wilden nog inkopen gaan doen. We besloten om mee te gaan. Voor het eerst wandelden we door de straten van Jimma. Alle mensen kijken je aan alsof ze nog nooit een blanke zagen. Daardoor voelde ik me niet echt op mijn gemak. Maar ik moet zeggen, 3 straten verder was ik het al gewoon. Sommige dingen moet je hier gewoon relativeren. Weer kwamen er kinderen bedelen, je hoort regelmatig "hey you !" of "tsss ... tsss". Je leert snel dat je daar best niet op ingaat. De kinderen mag je nooit geld geven, dan komen ze elke dag bedelen en steeds met meer. Ze blijven wel vriendelijk en als je zegt dat je geen geld hebt gaan ze meestal wel weg.

Wonderbaarlijk genoeg vonden we een bank waar we geld uit de muur kunnen halen met een gewonen maestro bankkaart. Ik heb ook mijn visa bij maar die zal ik niet nodig hebben. De dokters hebben ons nog de grootste supermarkt van Jimma getoond en zijn dan verder gegaan. We hebben wat chips en corn flakes gekocht in die supermarkt en zijn teruggekeerd naar het hotel. In een van die gammele winkeltjes langs de weg heb ik nog snel een rugzak gekocht voor mijn laptop te vervoeren. Ik betaalde 50 Birr, een € 2.70. Achteraf hoorde ik dat ik überhaupt nog teveel betaalde :)
In het hotel hebben we nog een uurtje gewacht op Girum. We hebben allerlei praktische zaken geregeld. Later op de avond hebben we Bernard leren kennen. Een zelfstandige die een mand lang les komt geven aan afrikanen uit verschillend landen. Ze maken deel uit van hetzelfde project als ons, het VLIR-UOS. Een zeer leuke kerel waar we het al direct goed mee konden vinden. We aten samen in het hotel, ik nam een pepper steak met rijst. Ik heb goed gegeten, het was echt lekker.

Ik was blij dat ik in mijn nestje lag onder mijn netteke. De kamer krioelde van muggen en kakkerlakken. Ook dat heb ik vrij snel gerelativeerd. Dat is hier nodig want het leven is hier totaal anders dan in "den Belgique". Ik ben hier echt een ochtendmens, terwijl ik thuis meer 's avonds leef. Hier ben ik gewoon blij dat ik wakker word 's morgens... Ik ben er zeker van dat mijn kijk op de wereld hier drastisch zal veranderen. Hier leer je de kleinste dingen appreciëren.

"Wie het kleine niet eert is het grote niet weerd!"